Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg, zoals verzocht onder 2.1:
voor maximaal vier weken,
voor maximaal twee maanden,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 14 mei 2020 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het verzoek tot machtiging werd ingediend door de officier van justitie en betrof verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, onderzoek aan persoon en woonruimte, en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, werden betrokkene, zijn echtgenote, een psychiater en de advocaat gehoord. De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een depressieve stemmingsstoornis met ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel door suïcidaliteit. Er is sprake van een kwetsbaarheid door verminderde coping, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank overwoog dat de zorgmachtiging een vangnetfunctie heeft en dat ambulante zorg de voorkeur heeft, met opname en zwaardere maatregelen als back-up. De toegewezen vormen van zorg worden gefaseerd toegepast, te beginnen met ambulante zorg. De machtiging geldt voor zes maanden, met bewegingsbeperkingen voor maximaal vier weken en opname voor maximaal twee maanden. De beschikking is op 14 mei 2020 mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 22 mei 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor zes maanden met gefaseerde toepassing van ambulante zorg en opname.