Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.130,- (€ 1.050,- + € 1.080,-).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de weigering van een Wajong-uitkering door verweerder, die stelde dat eiser vanaf zijn achttiende arbeidsvermogen heeft. Verweerder baseerde dit op rapporten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De rechtbank heeft bij een tussenuitspraak vastgesteld dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat eiser in de toekomst arbeidsvermogen kan ontwikkelen, met name dat hij basale werknemersvaardigheden bezit en minimaal vier uur per dag activiteiten kan verrichten.
Verweerder heeft ervoor gekozen geen gebruik te maken van de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De rechtbank blijft bij haar eerdere oordeel en verklaart het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat het niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de tussenuitspraak en deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser, inclusief de kosten van een psychiatrisch rapport. Hoger beroep kan binnen zes weken worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.