Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] ,te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Niet in geschil is dat de hoortoestellen inclusief batterijen voor eiser medisch noodzakelijk zijn.Anders dan waarvan eiser lijkt uit te gaan, heeft verweerder zijn aanvraag niet afgewezen
omdatMenzis de kosten waarvoor eiser bijzondere bijstand heeft aangevraagd zou vergoeden. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat hij gezien artikel 15 van Pro de Pw niet bevoegd is om bijzondere bijstand voor deze kosten te verlenen, ook niet als Menzis tot de conclusie komt dat de kosten van (para)medische zorg die eiser nodig heeft op grond van de Zorgverzekeringswet en de daarop gebaseerde regelgeving niet of niet geheel voor vergoeding in aanmerking komen. Op grond van de Zorgverzekeringswet en de daarop gebaseerde regelgeving zal eiser de niet vergoede kosten van (para)medische zorg zelf moeten dragen en staat artikel 15 van Pro de Pw in de weg aan de vergoeding daarvan door verlening van bijstand. Gelet op het voorgaande was het voor verweerder in het kader van zijn besluitvorming dan ook niet nodig om duidelijk te krijgen welk deel van de kosten van (para)medische zorg Menzis wel of niet zal vergoeden.
Beslissing
mr. C. ten Klooster, griffier. De beslissing is gedaan op 2 juni 2020.
Rechtsmiddel
binnen zes weken na de dag van verzending daarvanhoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.