Verweerder heeft de WOZ-waarde van een onroerende zaak vastgesteld en daarop een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateerde dat in een vergelijkbare zaak de hoorplicht door verweerder was geschonden. Verweerder erkende dit ook voor de onderhavige zaak en was bereid alsnog te horen. Partijen stemden in met afhandeling zonder zitting.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en beval verweerder tot een nieuwe uitspraak met inachtneming van de hoorplicht. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.