Uitspraak
wonend in [woonplaats 1] ,
eiser, hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat mr. A.C. de Bakker in Hendrik-Ido-Ambacht,
wonend in [woonplaats 2] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster] ,
advocaat mr. M.J.M. Derks.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze civiele zaak betreft de nalatenschap van een overledene die na twee huwelijken en een samenwoning met een derde partner is overleden. De kern van het geschil is of de woning die de overledene samen met zijn langstlevende partner heeft gekocht, geheel aan die partner toebehoort of dat een deel ervan nog tot de nalatenschap behoort.
De rechtbank constateert dat de woning gemeenschappelijk eigendom was en dat de langstlevende partner zich beroept op een verblijvingsbeding en haar erfgenaamstatus. Omdat zij de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, is de nalatenschap een afgescheiden vermogen gebleven waaruit schulden voldaan moeten worden voordat eigendom kan overgaan.
De rechtbank stelt vast dat de woning voor de helft nog steeds tot de nalatenschap behoort en dat de langstlevende partner niet de volledige eigenaar is. Gezien de lange duur van het geschil en de complexiteit van de belangen, wordt de behandeling aangehouden en krijgt de langstlevende partner de gelegenheid een voorstel te doen dat recht doet aan alle betrokkenen. De vereffenaar mag daarop reageren, waarna mogelijk een mondelinge behandeling volgt.
De rechtbank sluit tussentijds hoger beroep uit om de zaak niet verder te rekken en benadrukt dat het een zaak met alleen verliezers is, waarbij geen vonnis een perfecte oplossing kan bieden.
Uitkomst: De woning behoort voor de helft nog tot de nalatenschap; behandeling wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid tot overleg.