De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats vanwege coronamaatregelen, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een AIOS werden gehoord.
De officier van justitie verzocht om verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, toezicht en opname. Betrokkene betwistte de noodzaak van de machtiging, terwijl de medische deskundigen pleitten voor een zorgmachtiging om de medicatie en het herstel te monitoren en bij decompensatie direct te kunnen ingrijpen.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel en levensgevaar loopt door haar psychische stoornis en dat zonder juridisch kader de kans bestaat dat zij zich aan zorg onttrekt. De zorgmachtiging werd daarom toegekend voor zes maanden, met een onderscheid tussen ambulante zorg (zoals medicatie en beperkingen in vrijheid) en klinische zorg (zoals bewegingsbeperking en toezicht), waarbij klinische maatregelen pas worden toegepast indien ambulante zorg onvoldoende is.
De beschikking is mondeling gegeven op 22 april 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 6 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.