De officier van justitie verzocht op 30 april 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 29 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis en zich bevindt in een manisch psychotisch toestandsbeeld.
De mondelinge behandeling vond op 4 mei 2020 telefonisch plaats vanwege COVID-19 maatregelen. Betrokkene verklaarde zich goed te voelen en bereid te zijn tot vrijwillige behandeling. De advocaat van betrokkene pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat betrokkene geen medicatie op eigen initiatief stopte en geen hulpverlening ontweek.
De behandelaar pleitte voor toewijzing vanwege de noodzaak tot observatie en medicatiemonitoring. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de psychische stoornis en dat voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is.
De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking en insluiting, geldig tot en met 25 mei 2020.