ECLI:NL:RBMNE:2020:2169

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 mei 2020
Publicatiedatum
15 juni 2020
Zaaknummer
C/16/501752 / FA RK 20-2831
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 3:2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De officier van justitie verzocht op 30 april 2020 om voortzetting van een op 29 april 2020 opgelegde crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die bekend is met een autismespectrumstoornis en verblijft in een instelling. De mondelinge behandeling vond op 4 mei 2020 telefonisch plaats vanwege coronamaatregelen, waarbij betrokkene, zijn advocaat, psychiater, arts en vader werden gehoord.

De psychiater pleitte voor voortzetting van de crisismaatregel omdat betrokkene ondanks afgenomen suïcidale gedachten nog steeds risico loopt op ernstig nadeel door een psychische stoornis. De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name levensgevaar, veroorzaakt door gedragsstoornissen. De crisismaatregel is noodzakelijk omdat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank besloot de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor een periode van drie weken, tot en met 25 mei 2020. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, beperken van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie, maar niet het toedienen van vocht, voeding en andere medische handelingen, omdat betrokkene zich hiertegen verzet en deze zorg niet langer noodzakelijk is.

De rechtbank achtte de toegepaste vormen van verplichte zorg evenredig en effectief, met inachtneming van de voorwaarden om deelname aan het maatschappelijk leven te bevorderen en de veiligheid van betrokkene te waarborgen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met bepaalde vormen van verplichte zorg tot en met 25 mei 2020.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/501752 / FA RK 20-2831
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 4 mei 2020naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende te [instelling 1] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. B. van Nimwegen.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 29 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 29 april 2020
  • de medische verklaring d.d. 29 april 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 mei 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden.
1.3.
Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:
  • de betrokkene, bijgestaan door mr. B. van Nimwegen,
  • de heer [A] , psychiater,
  • mevrouw [B] , arts,
  • de heer [C] , de vader van betrokkene.
De betrokkene, de psychiater, de arts en de vader van betrokkene waren in dezelfde ruimte. De advocaat van betrokkene bevond zich in een afzonderlijke ruimte.
De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht.
1.4.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.5.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak per e-mail verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro, opgenomen:
toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
2.2.
Betrokkene heeft verklaard dat het redelijk met hem gaat omdat hij minder over de dood nadenkt. Hij staat open voor behandeling en een langer verblijf in de instelling zal hem op de proef stellen.
2.3.
De psychiater heeft gepleit voor voortzetting van de crisismaatregel. Betrokkene is bekend met autismespectrumstoornis. Vanuit de stoornis kan een verandering van het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene vrij abrupt en niet-invoelbaar plaatsvinden. Betrokkene is overgeplaatst vanuit het [instelling 2] . Ondanks dat de wil van betrokkene om een einde aan zijn leven te maken op dit moment niet actueel is, zijn de gedachten nog wel steeds aanwezig. Hierdoor zijn de zorgen niet weggenomen. De bedoeling is dat betrokkene weer overgeplaatst wordt naar het [instelling 2] omdat zij de expertise hebben om betrokkene een geschikte behandeling te bieden. Een voortzetting is nodig om deze overplaatsing zorgvuldig te laten verlopen. De psychiater heeft verder verklaard dat de vorm van verplichte zorg onder
hniet meer nodig is.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in levensgevaar. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, met uitzondering van het toedienen van vocht, voeding en het verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen onder
a. Verder zal de rechtbank, gelet op de verklaring van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling, de vorm van verplichte zorg onder
hafwijzen. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden, en aldus geldt tot en met 25 mei 2020.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:
a. toedienen van medicatie;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
j. opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 mei 2020.
Deze beschikking is op 4 mei 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door N.L.J. Hitijahubessij als griffier, en op 14 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.