ECLI:NL:RBMNE:2020:2199

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 mei 2020
Publicatiedatum
16 juni 2020
Zaaknummer
C/16/502935 / FA RK 20-3246
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van de Beek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting van een crisismaatregel in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 29 mei 2020 een beschikking gegeven over de voortzetting van een crisismaatregel, die eerder op 25 mei 2020 was opgelegd. De officier van justitie had verzocht om deze voortzetting op basis van artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De betrokkene, geboren in 1978, verblijft in een instelling en heeft te maken met een psychische stoornis, wat leidt tot suïcidaliteit. Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, zijn de betrokkene, zijn advocaat mr. J.J. Stobbe en een arts gehoord. De arts pleitte voor voortzetting van de crisismaatregel, terwijl de betrokkene en zijn advocaat aangaven dat een langer verblijf niet nodig was. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name levensgevaar, en dat de verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk waren om dit nadeel af te wenden. De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van een week, tot 5 juni 2020, en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking werd mondeling gegeven door rechter G. van de Beek en is later schriftelijk uitgewerkt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/502935 / FA RK 20-3246
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 29 mei 2020,naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. J.J. Stobbe.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 mei 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 25 mei 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 25 mei 2020;
  • de medische verklaring d.d. 25 mei 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz;
  • de strafvorderlijke en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 mei 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden.
1.3.
Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:
  • de betrokkene, bijgestaan door mr. J.J. Stobbe,
  • mevrouw [A] , arts.
De betrokkene, de advocaat van betrokkene en de arts waren in dezelfde ruimte. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.
1.4.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.5.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de instelling per e-mail verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, opgenomen:
toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
opnemen in een accommodatie.
De arts heeft verklaard dat de vormen van verplichte zorg onder
gen
hniet meer nodig zijn.
2.2.
Betrokkene heeft verklaard dat zij liever naar huis wil. De advocaat van betrokkene heeft verder verklaard dat betrokkene een langer verblijf niet nodig vindt. De advocaat heeft gepleit voor afwijzing. Betrokkene heeft een dagbesteding en werkt op een zorgboerderij.
2.3.
De arts heeft verklaard dat betrokkene is opgenomen vanwege suïcidaliteit. Een langere gedwongen opname zal niet bijdragen aan verbetering van het ziektebeeld. De wens is daarom om behandeling op vrijwillige basis voort te zetten. Daarbij is het van belang dat er met betrokkene afspraken worden gemaakt. Echter op dit moment lukt het nog niet om met betrokkene tot goedde afspraken te komen. De arts pleit daarom voor een voorzetting van de crisismaatregel voor de periode van een week zodat naar een vrijwillige verblijf kan worden toegewerkt.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in levensgevaar. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van persoonlijkheidsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de verzochte vormen van verplichte zorg, met uitzondering van de vormen onder
gen
h, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend. De rechtbank ziet gelet op de verklaring van de arts tijdens de mondelinge behandeling aanleiding om de machtiging voor een kortere periode te verlenen. De machtiging wordt verleend tot 5 juni 2020.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
j. opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juni 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 29 mei 2020 mondeling gegeven door mr. G. van de Beek, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door N.L.J. Hitijahubessij als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 9 juni 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.