Eiser heeft zijn auto op 26 april 2019 geparkeerd aan de Neringweg in Lelystad, een gebied met betaald parkeren. Verweerder legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €63,90 op, bestaande uit naheffing en boetekosten, omdat geen parkeerbelasting was voldaan. Eiser betoogde dat verweerder niet bevoegd was de naheffing op te leggen, omdat zijn auto deels op het trottoir stond en er volgens hem geen sprake was van parkeren in de zin van de Gemeentewet.
De rechtbank stelde vast dat de auto van eiser met het rechter voor- en achterwiel op het trottoir stond, maar dat dit niet uitsloot dat de auto in het parkeervak stond. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn auto gedurende een aaneengesloten periode in het parkeervak heeft laten staan, waardoor het belastbare feit zich voordeed en verweerder bevoegd was de naheffingsaanslag op te leggen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde de naheffingsaanslag. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd schriftelijk gedaan vanwege de coronamaatregelen en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.