ECLI:NL:RBMNE:2020:2220
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid voor val op natte rubberen mat bij kerkgebouw
Op 29 april 2018 is verzoekster ten val gekomen op een natte rubberen mat die over elektriciteitskabels lag bij een kerkgebouw, waarbij zij haar kuit- en scheenbeen brak.
Verzoekster stelde dat de mat ondeugdelijk was en dat verweerder onvoldoende had gewaarschuwd voor het gevaar van de gladde mat, en vorderde aansprakelijkheid voor de geleden schade. Verweerder betwistte aansprakelijkheid en stelde dat de mat juist was neergelegd om struikelen over kabels te voorkomen en dat het nat zijn van de mat zichtbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit van een val op een mat onvoldoende is voor onrechtmatigheid. De mat was goed zichtbaar, natte oppervlakken zijn algemeen bekend als glad en er waren geen objectieve normen waar de mat niet aan voldeed. Verzoekster kon niet aantonen dat de mat onveilig was of dat verweerder onzorgvuldig handelde.
De val vond plaats onder uitzonderlijke weersomstandigheden met extreem veel regen. De rechtbank concludeerde dat de val een ongelukkige samenloop was en dat verweerder niet aansprakelijk is. Het verzoek werd afgewezen en de kosten werden gematigd begroot, zonder veroordeling tot betaling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot aansprakelijkheid af wegens ontbreken van onrechtmatigheid.