Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser kreeg op 14 januari 2019 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij parkeerde zonder te betalen. De aanslag bestond uit naheffing en boetekosten. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij bezig was met laden en lossen, en dat er dus geen parkeerbelasting verschuldigd was. Ook voerde hij aan dat hij onvoldoende tijd had gekregen om te betalen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de verzending van de uitspraak op bezwaar niet aannemelijk had gemaakt, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens werd inhoudelijk beoordeeld of er sprake was van onmiddellijk laden en lossen. De rechtbank stelde vast dat de situatie van eiser, waarbij hij zijn kleinzoon hielp en naar binnen ging, niet viel onder het begrip onmiddellijk laden en lossen zoals bedoeld in de wet en jurisprudentie.
Ook het argument van onmiddellijk in- en uitstappen faalde omdat de handelingen van eiser verder gingen dan enkel het in- of uitstappen. De rechtbank vond dat eiser geen redelijke tijd had gekregen om de parkeerbelasting te voldoen, maar ook dat hij de betaling niet onverwijld was gestart. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Bezwaar tegen aanmaningskosten kon niet in deze procedure worden beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake was van onmiddellijk laden en lossen of onmiddellijk in- en uitstappen.