ECLI:NL:RBMNE:2020:2306
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde benedenwoning in Utrecht op grond van taxatiematrix
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €199.000 voor zijn benedenwoning in Utrecht, gelegen aan een adres met een woonoppervlakte van 63 m2 en een tuin van 88 m2. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op basis van een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde plaats, rekening houdend met verschillen in grootte, bouwperiode en staat van onderhoud.
Eiser voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder een onjuiste gebruiksoppervlakte, onvoldoende rekening houden met de slechte staat van onderhoud en ligging, onvoldoende correctie voor vve-reserves en het niet voldoen aan de informatieverplichtingen uit artikel 40 Wet Pro WOZ. De rechtbank oordeelt dat verweerder steeds aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde correct is vastgesteld en dat de verschillen met referentiewoningen adequaat zijn verwerkt in de taxatiematrix.
De rechtbank volgt verweerder in zijn toelichting dat de gebruiksoppervlakte juist is gehanteerd, de staat van onderhoud als 'matig' is gekwalificeerd en dat de ligging en overlast vergelijkbaar zijn met die van referentiewoningen. Ook is voldoende rekening gehouden met vve-reserves. Ten slotte is verweerder niet verplicht om KOUDV-factoren gedetailleerd te presenteren of met vaste percentages te corrigeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.