ECLI:NL:RBMNE:2020:2308
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen WOZ-waarde woning op basis van taxatiematrix
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn in 2016 gebouwd appartement, vastgesteld op €305.000 voor het belastingjaar 2019. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde een lagere waarde van €263.000 voor en voerde onder meer aan dat de vastgestelde waarde onvoldoende rekening houdt met het afnemend grensnut en dat verweerder niet voldeed aan artikel 40 van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met een taxatiematrix, waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen van vergelijkbare grootte en bouwperiode, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De aangevoerde economische wet van Van Gossen werd niet relevant geacht voor deze woninggrootte, mede omdat de verkoopcijfers dit niet ondersteunen.
Daarnaast wees de rechtbank het betoog van eiser af dat de gemiddelde prijs per m2 van de referentiewoningen lager is dan de gehanteerde prijs per m2 voor de woning, omdat de verschillen klein zijn en de woningen niet exact gelijk. Ten slotte concludeerde de rechtbank dat verweerder voldeed aan zijn informatieplicht op grond van artikel 40 Wet Pro WOZ door het verstrekken van een taxatiekaart en taxatiematrix, zonder dat een gedetailleerde presentatie van KOUDV-factoren vereist is.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €305.000 wordt ongegrond verklaard.