ECLI:NL:RBMNE:2020:2313
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure over appartementencomplex
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele procedure tegen Stichting Ymere, waarin zij stelde dat de rechter partijdig was door het toelaten van nadere stukken zonder haar inspraak, het eenzijdig aan het woord laten van Stichting Ymere en het negeren van haar bewijsaanbod.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek aan de hand van het proces-verbaal van de zitting en de schriftelijke en mondelinge toelichtingen. Zij concludeerde dat de vermeende nadere stukken niet in het geding waren gebracht, dat verzoekster en haar advocaat voldoende spreektijd hadden gekregen, en dat het voorlopige oordeel van de rechter over de vervuiling geen grond voor wraking vormt.
Daarnaast werden aanvullende wrakingsgronden die verzoekster tijdens de wrakingszitting aanvoerde niet in behandeling genomen wegens te late indiening. De wrakingskamer vond geen feiten of omstandigheden die objectief een schijn van partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.