ECLI:NL:RBMNE:2020:2315
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens te late indiening
De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde een wrakingsverzoek van een crediteur tegen de rechter-commissaris in een faillissementszaak van een besloten vennootschap. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de rechter-commissaris ten aanzien van het niet starten van een bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure.
De verzoeker betoogde dat de rechter-commissaris zonder grondig onderzoek de curator steunde en het faillissement wilde afwikkelen zonder bestuurdersaansprakelijkheid te onderzoeken. De rechter-commissaris stelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat zij geen reden had om het oordeel van de curator te betwijfelen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek pas op 1 april 2020 werd ingediend, terwijl de relevante beslissing van de rechter-commissaris al op 30 oktober 2019 aan verzoeker was meegedeeld. Omdat het verzoek niet binnen de wettelijke termijn was ingediend en er geen nieuwe feiten waren, werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure in de faillissementszaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.