ECLI:NL:RBMNE:2020:2317
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen kinderrechter inzake verlenging machtiging uithuisplaatsing ongegrond verklaard
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter mr. S.G.M. Buys, omdat zij meende dat de rechter vooringenomen was bij het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar zoon zonder dat zij of haar advocaat hierover waren gehoord. Dit verzoek kwam voort uit een zitting waarbij geen tolk aanwezig was, waardoor verzoekster de Nederlandse taal niet machtig was en niet gehoord kon worden.
De rechter had voorgesteld de behandeling aan te houden tot een latere datum en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot die datum, wat verzoekster als vooringenomenheid interpreteerde. De wrakingskamer oordeelde echter dat dit voorstel een procesbeslissing betrof en dat er geen sprake was van persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De wrakingskamer benadrukte dat de rechter juist belang hechtte aan het horen van verzoekster en dat de verlenging slechts voor een korte termijn was bedoeld. Ook de vermeende schending van artikel 6 EVRM Pro en artikel 19 Rv Pro werd niet gegrond verklaard. De wrakingskamer kon de beschikking van 2 juni 2020 niet vernietigen en wees erop dat verzoekster hoger beroep kan instellen.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en bepaalde dat de procedure voortgezet wordt zoals die was op het moment van schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt ongegrond verklaard en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing blijft van kracht.