ECLI:NL:RBMNE:2020:2377
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op studiefinanciering na zes jaar bij gecombineerde opleidingen
Eiseres ontving vanaf 1 januari 2014 studiefinanciering voor een HBO-opleiding en startte vervolgens in september 2014 met een geneeskundestudie in Rusland. Verweerder stelde dat het recht op prestatiebeurs na zes jaar was verstreken en beëindigde de basisbeurs per 1 januari 2020. Eiseres betwistte dit en wilde studiefinanciering behouden tot het einde van studiejaar 2019-2020, mede vanwege haar naderende afstuderen en geplande specialisatie.
De rechtbank beoordeelde dat het recht op studiefinanciering wordt geteld vanaf de eerste datum van studiefinanciering, ongeacht latere opleidingen. De wet voorziet in een maximale duur van zes jaar voor een opleiding tot arts, maar deze termijn begint te lopen vanaf de eerste datum van studiefinanciering. Het feit dat eiseres haar geneeskundestudie later begon en bijna afrondt, geeft geen recht op verlenging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de prestatiebeurs terecht is stopgezet per 1 januari 2020. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het stopzetten van de prestatiebeurs per 1 januari 2020 wordt ongegrond verklaard.