Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de producties 1 tot en met 6 van [eiseres]
- de producties A tot en met E en G, I en K van provincie Utrecht
- de mondelinge behandeling van 9 januari 2020
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van provincie Utrecht.
24 januari 2020 vonnis wordt gewezen.
2.Inleiding
3.De beoordeling
bouwteamverband waarvoor geldt dat de ondernemer hoofdaannemer was.”
Dit wordt als volgt toegelicht.
Mijn inziens kun je de wijze van samenwerking tussen RWS en [eiseres] van destijds zeker rekenen tot een bouwteamverband. Niet zozeer omdat dit een verplichting vanuit een bouwteamovereenkomst was, maar meer omdat beide partijen werkten vanuit de bedoeling van het project en binnen de kaders van de Marktvisie. Dit is echter niet zo concreet in het telefoongesprek (…) besproken. (…)”.
Zij zal de ongeldigverklaring van de aanmelding van [eiseres] moeten intrekken. De daartoe strekkende vordering van [eiseres] zal dan ook worden toegewezen. De in dit verband door [eiseres] gevorderde termijn van 48 uur na dit vonnis zal worden verruimd tot vier dagen na dit vonnis, omdat dit vonnis op een vrijdag wordt gewezen.
Zij moet dus voor onderdeel 1 het maximaal aantal punten van 100 krijgen. Een herbeoordeling door provincie Utrecht zal niet tot een andere resultaat kunnen leiden, omdat daarvoor gelet op de vooraf bekend gemaakte objectief criterium geen ruimte is.
980,00