Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 23 december 2019 waarin de rechtbank het beroep gegrond verklaarde wegens het niet tijdig beslissen door verweerder. In die uitspraak werd een proceskostenvergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5, wat opposante onvoldoende achtte en een wegingsfactor van 1 eiste.
De rechtbank overweegt dat de zaak van licht gewicht is omdat enkel een beroepschrift is ingediend om het niet tijdig beslissen kenbaar te maken. Er was geen zitting en de zaak was niet gecompliceerd. Daarom is de toegepaste wegingsfactor van 0,5 passend en in lijn met vaste praktijk. De door opposante aangehaalde uitspraak van de rechtbank Rotterdam is niet vergelijkbaar omdat daar wel een zitting heeft plaatsgevonden.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en handhaaft de eerdere uitspraak. Tevens wordt geen nieuwe proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier L.J.N. van der Linden op 20 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.