ECLI:NL:RBMNE:2020:2470
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet volledig betaald griffierecht ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 29 mei 2019 waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het volledige griffierecht. De rechtbank onderzoekt in dit verzet uitsluitend of de eerdere beslissing om zonder zitting te beslissen terecht was, niet de inhoud van het beroep zelf.
Opposante betoogt dat een deel van het griffierecht wel op tijd is betaald en dat de rechtbank een herstelverzuimbrief had moeten sturen. Tevens klaagt opposante over onduidelijkheid omtrent zaaknummers en de wijze van kenmerkgeving door de rechtbank. De rechtbank overweegt dat het eigen zaaknummer als kenmerk wordt gehanteerd en dat het aanslagnummer niet als eigen kenmerk geldt.
De rechtbank oordeelt dat de aangetekende herinneringsnota als herstelverzuim geldt en dat betaling na deze herinnering te laat was. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaarschrift is gedaan.
Het verzet wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van 29 mei 2019 blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet volledig betaald griffierecht blijft in stand.