ECLI:NL:RBMNE:2020:2471
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 17 juli 2019 waarbij haar beroep tegen een besluit van de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet (tijdig) betalen van het griffierecht. De rechtbank heeft in deze verzetprocedure beoordeeld of de eerdere beslissing terecht was genomen zonder zitting, omdat er geen twijfel over de uitkomst bestond.
Opposante voerde aan dat onduidelijkheid bestond over welk zaaknummer bij welk beroep hoorde, mede omdat in de ontvangstbevestiging en griffierechtnota geen duidelijk kenmerk werd vermeld dat herleidbaar was naar het object of aanslagnummer. De rechtbank oordeelde echter dat het vaste beleid is om het eigen zaaknummer van de rechtbank als kenmerk te hanteren en dat het aan opposante is om een eigen kenmerk duidelijk kenbaar te maken in het beroepschrift.
Verder wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaarschrift was gedaan en de verzetprocedure niet onredelijk lang heeft geduurd. Gezien het voorgaande verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de uitspraak van 17 juli 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.