Eiser heeft op 15 oktober 2019 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn verzoek om stukken met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan Groot Weede. Verweerder verstrekte de gevraagde documenten alsnog op 31 oktober 2019, waarna eiser het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank heeft beoordeeld of zij bevoegd is kennis te nemen van het beroep, waarbij centraal stond of het verzoek van 16 juli 2019 als een Wob-verzoek kan worden aangemerkt. Eiser stelde dat dit het geval was, terwijl verweerder stelde dat het slechts een informatieverzoek betrof, niet gericht op openbaarmaking voor iedereen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiser niet kwalificeert als een Wob-verzoek, omdat het gericht was op het voorbereiden van verdere stappen tegen het bestemmingsplan en niet op algemene openbaarmaking. Hierdoor is het verstrekken van informatie geen voor beroep vatbaar besluit en is de rechtbank onbevoegd om te oordelen over de proceskostenvergoeding en het griffierecht.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en geeft geen inhoudelijke uitspraak over de gevraagde vergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 19 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.