Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 31 oktober 2018. Na het uitblijven van een besluit op het bezwaar heeft verzoekster de minister in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. Nadat de minister alsnog een besluit op het bezwaar heeft genomen, heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht een partij de proceskosten van de tegenpartij kan worden opgelegd. Gezien het uitblijven van een reactie van de minister op het verzoek tot vergoeding, leidt de rechtbank af dat de minister geen bezwaar heeft tegen vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 262,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. Tevens moet de minister het griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 15 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.