Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
op 10 juli 2018 in Almere geprobeerd heeft om [slachtoffer] , al dan niet met voorbedachten rade, van het leven te beroven;
medeplichtig is geweest aan de poging om op 10 juli 2018 in Almere [slachtoffer] , al dan niet met voorbedachten rade, van het leven te beroven;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Man
- Zwart kort kroeshaar
- Negroïde uiterlijk, lichtbruin
- Slank postuur
- Lengte 1,70 à 1.75 meter
- Jas
extreem veel waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL
- verdachte op 3 januari 2017 bij vonnis van deze rechtbank onder meer is veroordeeld voor poging tot diefstal in vereniging en schuldheling, en
- verdachte op 21 december 2018 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder meer is veroordeeld voor het vervoeren van harddrugs en softdrugs, het veroorzaken van gevaar op de weg en mishandeling.
- een gevangenisstraf voor de duur van één maand, en
- tweemaal hechtenis voor de duur van één week.
Psychiatrisch onderzoek (pro Justitia) van 4 december 2016, opgemaakt door S. Kraai, kinder- en jeugdpsychiater i.o. onder supervisie van A.X. Rutten, kinder- en jeugdpsychiater
Psychologisch onderzoek (pro Justitia) van 30 maart 2018, opgemaakt door R.J. Vriend, GZ-psycholoog
Psychiatrisch onderzoek (pro Justitia) van 5 april 2018, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater
Psychologisch onderzoek (pro Justitia) van 12 maart 2019, opgemaakt door R.J. Vriend, GZ-psycholoog
Psychiatrisch onderzoek (pro Justitia) van 27 maart 2019, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater
Rapportage van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, van 25 oktober 2019
Zoals hiervoor reeds overwogen hebben de psychiater en de psycholoog in hun pro Justitia rapportage echter geconcludeerd dat, hoewel bijsturing van verdachtes antisociale gedrag weliswaar noodzakelijk zou zijn, verdachte dusdanig is verhard dat beïnvloeding door middel van pedagogische maatregelen niet meer haalbaar is. […]
- i) er dient sprake te zijn van een tbs-waardig delict: een misdrijf waarop minimaal 4 jaar gevangenisstraf staat, of dat is genoemd in 37a lid 1 onder 1 Sr;
- ii) er dient sprake te zijn van een verdachte bij wie ten tijde van het delict sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- iii) de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist het opleggen van de maatregel (gevaarscriterium).
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 37a, 37b, 45, 57, 63 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;