Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zelfstandig bestuursorgaan (zbo) CAK,
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
“ [woonplaats] juni 2019”, gericht aan CAK. [gedaagde] schrijft:
Rechtbank Midden-Nederland
Het CAK vordert betaling van een eigen bijdrage voor hulp in de huishouding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) over een periode van drie maal vier weken. De gedaagde betwist de factuur en voert aan dat zij voor andere perioden teveel heeft betaald, wat zij wil verrekenen.
De kantonrechter stelt vast dat de factuur een beschikking is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen bezwaar mogelijk is. De gedaagde heeft een brief ingediend waarin zij bezwaar maakt tegen de factuur en aangeeft dat de hulpverlening eerder is beëindigd dan CAK heeft gefactureerd. CAK heeft dit bezwaar niet in behandeling genomen.
Omdat de bezwaarprocedure kennelijk nog niet is afgerond, is de vordering van CAK te vroeg ingediend. De kantonrechter wijst daarom de hoofdsom en nevenvorderingen af en veroordeelt CAK in de proceskosten. De gedaagde wordt erop gewezen dat bij een ongegrond verklaard bezwaar de bestuursrechter de juiste instantie is voor verdere procedures.
Uitkomst: De vordering van het CAK wordt afgewezen omdat de bezwaarprocedure nog niet is afgerond.