Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende een omgevingsvergunning aan een derde-partij voor de transformatie van een pand van kantoor/praktijk naar acht appartementen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek mondeling via Skype vanwege de coronamaatregelen.
Verzoekers stelden dat het bouwplan in strijd was met het parapluplan omdat het zou leiden tot woningvorming zonder leefbaarheidstoets. Het college stelde dat het pand momenteel geen woning is en dat het bouwplan wel aan het parapluplan voldoet, hoewel dit niet expliciet in het besluit vermeld stond. De voorzieningenrechter oordeelde dat het pand feitelijk een praktijkruimte is en geen zelfstandige woonruimte vormt, waardoor artikel 4.4 van het parapluplan niet van toepassing is.
Verder voerden verzoekers aan dat niet aannemelijk was gemaakt dat het bouwplan aan het Bouwbesluit voldoet en dat de parkeernormen niet werden nageleefd. De voorzieningenrechter stelde dat de toetsing aan het Bouwbesluit een aannemelijkheidstoets is en dat het college voldoende beoordelingsruimte heeft. Ook werd geoordeeld dat het bouwplan voldoet aan de parkeernormen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor transformatie van praktijkruimte naar appartementen wordt afgewezen.