ECLI:NL:RBMNE:2020:2531

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 april 2020
Publicatiedatum
3 juli 2020
Zaaknummer
UTR 19/2772
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen besluit Belastingdienst

Verzoeker heeft een beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst van 17 juni 2019. Nadat de Belastingdienst op 20 december 2019 aankondigde terug te komen op dit besluit en op 23 januari 2020 een nieuw besluit nam, trok verzoeker het beroep in en vroeg vergoeding van proceskosten.

De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoeker had € 13,55 aan internationale telefoonkosten opgegeven, maar de onderbouwing hiervan was onvoldoende omdat geen gespecificeerde telefoonrekening was overgelegd. Daarnaast werden € 36,18 aan portokosten opgegeven, maar deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding daarom afgewezen moest worden, maar dat de Belastingdienst het griffierecht aan verzoeker moet betalen. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does en is niet in een openbare zitting uitgesproken vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/2772

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , Hongarije, verzoeker,

en

de Belastingdienst / Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 12 februari 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 17 juni 2019 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 20 december 2019 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 17 juni 2019 en op 23 januari 2020 heeft verweerder een nieuw besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Op het ingevulde formulier proceskosten van 26 januari 2020 heeft verzoeker een bedrag van € 13,55 opgegeven aan internationale telefoongesprekken. Ter onderbouwing van deze kosten heeft verzoeker een handgeschreven lijst met data, ontvangers, tijdsduur en kosten van de gesprekken bijgevoegd. Ook heeft verzoeker een betaalbewijs van opwaardering van beltegoed bijgevoegd. Deze onderbouwing is echter niet voldoende voor vergoeding van de gestelde telefoonkosten. Verzoeker heeft bijvoorbeeld geen gespecificeerde telefoonrekening of nota overgelegd, waaruit deze kosten blijken.
4. Ook heeft verzoeker een bedrag van € 36,18 aan portokosten opgegeven. In artikel 1 van Pro het Bpb is – limitatief – vastgesteld welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De door verzoeker gemaakte portokosten komen hiervoor niet in aanmerking.
5. Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 april 2020 door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van O.G.J. Stroek, griffier
.Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
De griffier is verhinderd de
uitspraak mede te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.