ECLI:NL:RBMNE:2020:2574
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening vergoeding woningaanpassing Wmo
Verzoeker, volledig rolstoelafhankelijk en met een indicatie voor een rolstoelwoning, vroeg een vergoeding voor woningaanpassing op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Verweerder wees dit af omdat de gehuurde woning niet als goedkoopste adequate voorziening werd beschouwd en bood een lager bedrag in de vorm van een persoonsgebonden budget aan.
Verzoeker stelde dat hij vanwege zijn financiële situatie de vaste lasten van de woning niet kon betalen gedurende de bezwaarprocedure en vroeg daarom een voorlopige voorziening voor vergoeding van aanpassingskosten en vaste lasten. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van een spoedeisend belang.
Ook was het primaire besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat deze uitspraak bindend is voor de bodemprocedure, zonder dat er een zitting heeft plaatsgevonden vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor vergoeding woningaanpassing wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.