ECLI:NL:RBMNE:2020:2581
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand wegens ontbreken zeer dringende redenen
Eiser heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Almere een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet, welke is afgewezen. Vervolgens heeft eiser bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Eiser stelde in beroep dat hij zich in een financieel uitzichtloze situatie bevindt, met stijgende huurlasten en dalende bijstandsuitkering, waardoor hij noodzakelijke gebruiksgoederen niet kan betalen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de aanvraag niet zag op alle genoemde kostenposten, zoals een stofzuiger en koelkast, en dat eiser de gronden voor afwijzing van de overige kostenposten niet heeft bestreden. De stelling van eiser dat er zeer dringende redenen zijn om bijzondere bijstand toe te kennen, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht de aangevoerde financiële situatie niet concreet bewezen en wijst het beroep af.
De rechtbank heeft voorts gewezen op het feit dat de kern van het probleem ligt in de te hoge huur ten opzichte van de bijstandsuitkering. De gemeente is bereid om met eiser te zoeken naar een blijvende oplossing, bijvoorbeeld door te faciliteren bij verhuizing naar een goedkopere woning. De rechtbank adviseert eiser om samen met de gemeente te werken aan een duurzame oplossing in plaats van herhaaldelijk bijzondere bijstand aan te vragen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 3 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep op bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van zeer dringende redenen.