ECLI:NL:RBMNE:2020:2629
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken bezwaarschrift tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoeker heeft op 15 april 2020 een besluit ontvangen waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Vervolgens heeft hij op 30 april 2020 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting vastgesteld dat verzoeker geen bezwaarschrift heeft ingediend tegen het primaire besluit, wat een vereiste is volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om een voorlopige voorziening te kunnen treffen.
Ondanks een brief van de griffier waarin verzoeker werd verzocht een kopie van het bezwaarschrift te overleggen, is hier geen gehoor aan gegeven. Verweerder heeft in het dossier een ontvangstbevestiging van een bezwaarschrift opgenomen, maar later toegelicht dat dit een misverstand betrof. Verzoeker heeft verklaard dat hem telefonisch was meegedeeld dat alleen een verzoekschrift bij de rechtbank nodig was.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het ontbreken van een ingediend bezwaarschrift betekent dat er geen lopende bodemprocedure is, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van connexiteit. Het verzoek is daarom afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling en zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ingediend bezwaarschrift.