ECLI:NL:RBMNE:2020:2632
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht Wlz-indicatie en zorg in natura toekenning
Eiseres diende beroep in tegen het besluit van het zorgkantoor om met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2018 zorg in natura toe te kennen op basis van een Wlz-indicatie die op 23 juni 2017 was afgegeven. Eiseres stelde dat zij nooit een indicatiebesluit had ontvangen en dat zij niet had ingestemd met de terugwerkende kracht, waardoor zij geconfronteerd werd met een eigen bijdrage.
De rechtbank stelde vast dat het indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) op 23 juni 2017 rechtsgeldig in werking is getreden, mede gelet op een telefoongesprek van de dochter van eiseres met het CIZ op 29 juni 2017 waarin het besluit werd besproken. Hierdoor was het zorgkantoor bevoegd om de zorg op grond van de Wlz toe te kennen.
De rechtbank oordeelde verder dat de Wlz voorrang heeft boven de Zorgverzekeringswet (Zvw) en dat de zorg die eiseres ontving onterecht via de Zvw werd vergoed. Het zorgkantoor mocht daarom de zorg met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2018 als zorg in natura vanuit de Wlz vergoeden. Eiseres had zich hierover moeten informeren en mocht niet zelf bepalen vanuit welke wet de zorg werd geleverd.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat als eiseres het niet eens is met de indicatie, zij dit bij het CIZ moet aankaarten, aangezien het zorgkantoor alleen bevoegd is over de vorm van zorgverlening, niet over de indicatie zelf.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het zorgkantoor wordt ongegrond verklaard.