Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een depressieve-stemmingsstoornis. De zorgmachtiging omvat meerdere vormen van verplichte zorg, waaronder opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, werd betrokkene bijgestaan door zijn advocaat, en waren ook een arts en verpleegkundige gehoord. De advocaat voerde aan dat betrokkene zich beter voelt en opname niet noodzakelijk is, en verzocht om opname af te wijzen en alleen medicatie en contactafspraken toe te staan.
De arts benadrukte echter dat opname noodzakelijk kan zijn vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht bij verslechtering van de psychose en dat snel ingrijpen belangrijk is. De rechtbank oordeelde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn, dat opname als vorm van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig is, en dat de machtiging voor drie maanden wordt verleend. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg inclusief opname voor drie maanden.