De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging en het verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, geboren in 1992. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats vanwege coronamaatregelen. Betrokkene lijdt aan middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, wat leidt tot ernstig nadeel en levensbedreigende situaties.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene zorg nodig heeft die niet vrijwillig kan worden verleend, waaronder opname in een accommodatie, toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid en toezicht. De arts, casemanager en betrokkene zelf werden gehoord. Betrokkene en zijn advocaat betwijfelden de proportionaliteit van de zorgmachtiging vanwege eerdere langdurige vrijheidsbeneming.
De rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging proportioneel en noodzakelijk is voor de duur van zes maanden, gezien de complexe problematiek en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven. De voortzetting van de crisismaatregel werd afgewezen omdat het belang daarvoor ontbrak. De beschikking werd mondeling gegeven op 19 juni 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 29 juni 2020.