ECLI:NL:RBMNE:2020:2668

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2020
Publicatiedatum
9 juli 2020
Zaaknummer
C/16/496722 / KG RK 20-105
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:236 BWArt. 1063 RvArt. 1065 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering exequatur arbitraal vonnis wegens ongeldige arbitrageovereenkomst

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van Stichting Patrimonium Woonsservice om exequatur te verlenen voor een arbitraal vonnis. De voorzieningenrechter stelde vragen aan partijen en ontving daarop reacties, waaronder dat de verweerster de hoofdsom inmiddels had betaald.

De kern van het geschil betrof de geldigheid van het arbitraal beding in de huurovereenkomst. De oorspronkelijke huurovereenkomst bevatte geen arbitraal beding, maar dit werd later door eenzijdige wijziging in de algemene voorwaarden opgenomen. De voorzieningenrechter twijfelde of dit een geldige overeenkomst tot arbitrage opleverde, mede omdat de verweerster geen reëel alternatief had om de huurovereenkomst te beëindigen gezien de schaarse woonruimte en haar financiële situatie.

Daarnaast bleek dat Stichting Patrimonium de verweerster niet op duidelijke wijze had gewezen op haar recht om de zaak aan de gewone rechter voor te leggen, zoals vereist volgens artikel 6:236 onder Pro n BW. De informatie hierover was slechts in kleine letters en in een bijlage bij een brief vermeld, wat onvoldoende duidelijk was.

Gelet op deze omstandigheden oordeelde de voorzieningenrechter dat een geldige arbitrageovereenkomst ontbrak en dat het arbitraal vonnis op grond van artikel 1065 Rv Pro vernietigd kan worden. Daarom werd het verzochte verlof tot exequatur geweigerd.

Uitkomst: Het verzoek tot exequatur voor het arbitraal vonnis wordt geweigerd wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst en onvoldoende informatie aan verweerster over haar recht op de gewone rechter.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/496722 / KG RK 20-105
Beschikking van de voorzieningenrechter van 15 juli 2020
in de zaak van
de stichting
STICHTING PATRIMONIUM WOONSERVICE,
gevestigd te Veenendaal,
verzoekster,
hierna te noemen: Patrimonium,
gemachtigde J.S. Belgers ( [.] , [..] ),
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: [verweerster] ,
verschenen in persoon.

1.De verdere beoordeling

1.1.
De voorzieningenrechter heeft bij beschikking van 20 mei 2020 een aantal vragen gesteld aan Patrimonium. Patrimonium heeft daar bij akte van 3 juni 2020 op gereageerd. [verweerster] heeft op 24 juni 2020 gereageerd. Daarin heeft zij onder meer aangegeven dat zij de hoofdsom inmiddels aan Patrimonium heeft betaald, en dat zij de akte van Patrimonium niet had ontvangen. Deze is alsnog aan haar toegestuurd, en daarna heeft zij nog een reactie gestuurd op 8 juli 2020.
1.2.
De voorzieningenrechter begrijpt uit de akte van Patrimonium dat partijen in de oorspronkelijk overeengekomen huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden geen arbitraal beding zijn overeengekomen. Wel is in de algemene voorwaarden bepaald dat Patrimonium die eenzijdig mag wijzigen. Volgens Patrimonium heeft zij van die mogelijkheid gebruik gemaakt door later alsnog een arbitraal beding in de algemene voorwaarden op te nemen. Als [verweerster] het daar niet mee eens was geweest, had zij het recht gehad om de huurovereenkomst te beëindigen.
1.3.
De voorzieningenrechter plaatst er vraagtekens bij of er onder deze omstandigheden geoordeeld kan worden dat op deze wijze een geldig arbitraal beding is overeengekomen. Ten tijde van het afsluiten van de huurovereenkomst bestond het arbitraal beding namelijk niet. Door dit via een eenzijdige wijzigingsbevoegdheid op te nemen, had [verweerster] in feite geen andere keus dan om dit te accepteren. Het beëindigen van de huurovereenkomst door [verweerster] is – naar de voorzieningenrechter aanneemt – voor [verweerster] geen reëel alternatief, omdat het hier gaat om een huurovereenkomst van (schaarse) woonruimte, terwijl [verweerster] naar zij zelf heeft aangegeven het financieel niet breed heeft. Een verhuizing is bovendien ingrijpend.
1.4.
Wat daar verder ook van zij, de voorzieningenrechter is van oordeel dat de gevraagde exequatur hoe dan ook moet worden geweigerd op grond van het volgende. De voorzieningenrechter heeft in de beschikking van 20 mei 2020 gevraagd op welke wijze [verweerster] is gewezen op haar recht om de zaak voor te leggen aan de burgerlijke rechter. Uit de akte van Patrimonium begrijpt de voorzieningenrechter dat Patrimonium [verweerster] zelf niet heeft gewezen op haar recht om voor de burgerlijke rechter te kiezen. Zij heeft wel geprobeerd [verweerster] (telefonisch) te bereiken, maar dat is niet gelukt. [verweerster] heeft wel van de [naam stichting] een brief met een bijsluiter ontvangen waarin “een maand bedenktijd” stond.
1.5.
In artikel 6:236 onder Pro n van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat een algemene voorwaarde met een arbitraal beding als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt, tenzij het de consument een termijn biedt van een maand om voor de gewone rechter te kiezen. Die maand begint op het moment dat de gebruiker van de algemene voorwaarden zich schriftelijk op het beding beroept. In dit geval is niet gebleken dat
Patrimoniumals gebruiker van de algemene voorwaarden zich schriftelijk op het beding heeft beroepen, noch dat zij [verweerster] de gelegenheid heeft gegeven om voor de gewone rechter te kiezen.
Wel heeft de [naam stichting] een brief gestuurd aan [verweerster] . Daarbij was een “bijsluiter” gevoegd met informatie over 13 onderwerpen. Volgens Patrimonium had [verweerster] uit die bijsluiter de informatie kunnen halen dat zij ook voor de gewone rechter kon kiezen. Nog daargelaten dat deze brief geen mededeling van
Patrimoniumis dat zij zich op het arbitraal beding beroept, is de voorzieningenrechter van oordeel dat [verweerster] in die brief onvoldoende duidelijk op haar in artikel 6:236 onder Pro n BW opgenomen recht is gewezen. De mededeling staat namelijk vermeld (i) in een klein lettertype (ii) in een bijlage bij een brief (iii) tussen een veelvoud aan andere mededelingen. Gelet op het belang van [verweerster] had zij duidelijker op haar recht om naar de gewone rechter te gaan moeten worden gewezen.
1.6.
De voorzieningenrechter is vanwege het voorgaande van oordeel dat het aannemelijk is dat een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt, en het arbitraal vonnis dus op grond van artikel 1065 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vernietigd kan worden. Gelet op het bepaalde in artikel 1063 Rv Pro en rechtsoverweging 2.8.7 van de uitspraak van de Hoge Raad van 8 november 2019 (vindplaats: ECLI:NL:HR:2019:1731) zal de voorzieningenrechter het door Patrimonium verzochte verlof daarom weigeren.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
weigert het verzochte verlof.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2020. [1]

Voetnoten

1.type: JW (4113)