Eiseres, werkzaam als verkoopadviseur, viel op 24 november 2007 uit en ontvangt een WIA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Na melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2018 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast die in een functionele mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. Een arbeidsdeskundige selecteerde functies passend bij deze beperkingen met een verdienvermogen van circa 59,2% van het oorspronkelijke inkomen, wat resulteert in een arbeidsongeschiktheid van 40,8%. Verweerder handhaafde de uitkering op basis van deze vaststelling.
Eiseres voerde aan dat zij meer beperkt is dan vastgesteld, onder meer door hartritmestoornissen, fibromyalgie en psychische klachten, en betwistte de geschiktheid van de geselecteerde functies. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en begrijpelijk was, waarbij klachten na 23 januari 2018 buiten beschouwing mochten blijven. De arbeidsdeskundige had de functies adequaat beoordeeld en toegelicht waarom deze passend zijn ondanks de klachten van eiseres.
De rechtbank concludeerde dat de beperkingen in de FML juist zijn vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige beoordeling van de functies overtuigend is. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond verklaard en de voortzetting van de WIA-uitkering op basis van 40,8% arbeidsongeschiktheid is bevestigd.