Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juli 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker en;
(gemachtigde: A.C. Hanse),
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers zijn eigenaar van een woning in [woonplaats], maar verweerder startte een onderzoek naar hun feitelijke verblijfplaats na signalen dat zij niet meer in de woning woonden. Uit meerdere onaangekondigde huisbezoeken bleek dat de woning leeg stond en dat verzoekers niet bereikbaar waren op het adres. Verzoekers overhandigden bewijsstukken die volgens verweerder onvoldoende waren om hun feitelijke bewoning aan te tonen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder terecht heeft besloten verzoekers als vertrokken naar Land Onbekend op te nemen in de BRP, omdat zij niet feitelijk op het adres verbleven en niet bereikbaar waren. De argumenten en bewijsstukken van verzoekers overtuigen niet, mede gezien de verklaringen van een buurvrouw en het ontbreken van waterverbruik op facturen.
Verzoekers konden geen aanvullende bewijsstukken overleggen die hun stelling ondersteunen, en het weigeren van toegang aan toezichthouders bij het huisbezoek bij de ouders van verzoeker weegt ook in het nadeel van verzoekers. De voorzieningenrechter concludeert dat de bezwaren geen redelijke kans van slagen hebben en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de opname van verzoekers als vertrokken naar Land Onbekend in de BRP.