ECLI:NL:RBMNE:2020:2690
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korting AOW wegens onjuiste vertrekdatum ingezetenschap
Eiseres ontving vanaf 2019 AOW-pensioen op basis van haar ingezetenschap in Nederland. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) besloot haar pensioen te verlagen met ingang van november 2019, omdat zij meende dat eiseres sinds 16 september 2017 uit Nederland was vertrokken en vanaf 16 september 2018 niet meer verzekerd was voor de AOW. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij pas op 27 oktober 2017 was vertrokken en haar ingezetenschap niet had opgegeven.
De rechtbank oordeelde dat de SVB onterecht de datum van 16 september 2017 als vertrekdatum hanteerde. Op basis van inreisstempels en vliegtickets was duidelijk dat eiseres op die datum niet uit Nederland was vertrokken. Hierdoor was het beleid van de SVB onjuist toegepast, aangezien het ingezetenschap niet per 16 september 2018 kon zijn geëindigd. Ook de motivering van de SVB was onvoldoende inzichtelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de SVB veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De overige geschilpunten werden niet meer behandeld.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot korting van het AOW-pensioen is vernietigd.