Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, geboren in 1991, die lijdt aan een middelgerelateerde verslavingsstoornis en recidiverende psychotische episodes. De mondelinge behandeling vond via Skype plaats vanwege coronamaatregelen, waarbij betrokkene, haar advocaat, medisch personeel en de bewindvoerder werden gehoord.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat er geen sprake meer was van een psychose en dat de verslaving niet ernstig genoeg was voor een psychische stoornis. Tevens werd gesteld dat het ernstig nadeel ontbrak en dat betrokkene bereid was tot vrijwillige behandeling. De bewindvoerder en medische deskundigen betoogden echter dat de situatie ernstig was, met vermagering, lichamelijk letsel en terugkerende psychoses door drugsgebruik. Vrijwillige zorg was onvoldoende gebleken.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene nog steeds een psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang. Er bestaat een causaal verband tussen de stoornis en het letsel. Gezien het ontbreken van passende vrijwillige zorg en het risico op terugval, is verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden en omvat onder meer toediening van medicatie, bewegingsbeperkingen, toezicht en beperkingen in de vrijheid van betrokkene.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene tot en met 1 januari 2021.