ECLI:NL:RBMNE:2020:2723
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Utrecht ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een hoekwoning in Utrecht waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2018 is vastgesteld op €288.000. Hij betwist deze waarde en voert aan dat de gebruiksoppervlakte van zijn woning en de vergelijkingsobjecten onjuist zijn berekend. De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing een taxatiematrix en bouwtekeningen overgelegd.
Tijdens de zitting en in schriftelijke stukken heeft de rechtbank onderzocht of de berekeningen van de gebruiksoppervlakte en de gehanteerde vergelijkingsobjecten juist zijn. De rechtbank oordeelt dat de taxateur van de heffingsambtenaar de gebruiksoppervlakten inzichtelijk en aannemelijk heeft gemaakt, onder meer door uitleg over vaste trap en daglichttoetreding bij zolders. De stellingen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde van de woning op de waardepeildatum voldoende heeft onderbouwd met een systematische vergelijking van marktgegevens. De verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten zijn niet van dien aard dat deze objecten ongeschikt zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.