De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van een plofkraak op een Rabobank geldautomaat te Utrecht op 20 september 2019. De tenlastelegging omvatte het veroorzaken van een ontploffing, diefstal uit de geldautomaat en heling van een motorscooter en/of bestelauto.
Bij het onderzoek werden DNA-sporen van verdachte aangetroffen op een bivakmuts en twee handschoenen die in de nabijheid van de plofkraak waren gevonden. De officier van justitie achtte dit bewijs wettig en overtuigend, terwijl de verdediging stelde dat verdachte deze voorwerpen eerder droeg zonder betrokkenheid bij de plofkraak.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-mengprofiel op de voorwerpen onvoldoende bewijs leverde dat verdachte de plofkraak had gepleegd, mede omdat de voorwerpen verplaatsbaar waren en ook DNA van anderen bevatten. De verklaring van verdachte dat hij de handschoenen en muts eerder droeg, werd niet weerlegd door het DNA-onderzoek.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werden de vorderingen van de benadeelde partijen Rabobank en een vennootschap onder firma niet-ontvankelijk verklaard, en werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf afgewezen wegens gebrek aan bewijs.