Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Inleiding en procesverloop
Voorts heeft eiser aangevoerd dat als verweerder dit in bezwaar overgelegd medisch rapport onvoldoende vond, verweerder de behandeling van het bezwaar had moeten aanhouden om, zoals eiser had aangeboden, een nieuw medisch rapport van zijn huidige behandelaar over te leggen. Verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld door hem niet in de gelegenheid te stellen een nieuw medisch rapport in te brengen.
“Belanghebbende heeft voorts een afspraak gemaakt bij de GGZ. Op 7 januari a.s. is zijn eerste afspraak. Voor zover nodig verzoekt belanghebbende het bezwaarschrift aan te houden, zodat hij het een ander kan aantonen na behandeling bij GGZ.”.Eiser heeft echter hierbij niet gemeld wanneer de bandeling bij GGZ zou zijn afgerond en op welke concrete termijn hij verwacht nadere medische gegevens over te kunnen leggen. Omdat de termijn waarbinnen eiser nadere medische gegevens zou kunnen overleggen ongewis was, kon niet van verweerder worden verlangd de beslissing op bezwaar aan te houden.
Gelet op het voorgaande kan niet worden gesproken van een situatie waarin verweerder door het nemen van het bestreden besluit op 29 januari 2020 eiser niet in de gelegenheid heeft gesteld om in bezwaar een nieuw medisch rapport in te brengen dan wel onzorgvuldig heeft gehandeld. De beroepsgrond dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen slaagt dus niet.