Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een toegangshek op een adres in [woonplaats]. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden heeft deze vergunning op 18 mei 2020 verleend. Verzoekster, wonende op een nabijgelegen adres, heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunning en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is en wijst het af. De bezwaren van verzoekster richten zich op de plaatsing van het hek in relatie tot de eigendomsgrenzen, maar deze bezwaren betreffen privaatrechtelijke kwesties die in een civiele procedure thuishoren. Bovendien blijkt uit de aanvraag en tekeningen dat het hek op eigen terrein en op 10 cm van de erfgrens wordt geplaatst.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen grond is om aan te nemen dat het college de vergunning onrechtmatig heeft verleend of dat deze in bezwaar geen stand zal houden. Verzoekster heeft geen inhoudelijke gronden tegen de vergunning aangevoerd. Mocht vergunninghouder in strijd met de vergunning handelen, dan staat verzoekster een handhavingsverzoek bij het college open. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.