AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlening zorgmachtiging voor verplichte zorg bij psychische stoornis
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 3 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat. Betrokkene gaf aan zich beter te voelen en wilde graag naar huis, terwijl de arts onvoldoende vertrouwen had in een vrijwillige ambulante behandeling. Het verzoek tot verplichte zorg omvatte meerdere maatregelen, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking en toezicht.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene een ernstig risico liep op levensgevaar en maatschappelijke teloorgang door zijn stoornis en medicatieweigering in het verleden. Er waren geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Daarom werd een zorgmachtiging voor zes maanden toegekend, langer dan de door de advocaat voorgestelde vier maanden, om stabilisatie en het vinden van een geschikte vervolgplek mogelijk te maken.
De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk bevestigd, met de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg toe te passen en terugval te voorkomen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/504354 / FA RK 20-3698
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 3 juli 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] te [woonplaats] ,
verblijvende te [naam instelling] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N.J. Hos.
1.Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 juni 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring van 18 juni 2020;
- de zorgkaart;
- het zorgplan;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz;
- de relevante politiegegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 juli 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:
betrokkene, bijgestaan door mr. N.J. Hos;
de heer [A] , afdelingsarts.
De gehoorde personen bevonden zich in dezelfde ruimte. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.
1.3.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.4.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder verstrekt.
2.De standpunten en de beoordeling
2.1.
In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 WvggzPro te mogen verlenen. Het gaat dan om:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
j. opnemen in een accommodatie.
De standpunten
2.2.
Betrokkene heeft verklaard dat het beter met hem gaat en dat hij graag naar huis wil. De advocaat heeft primair verzocht om het verzoek af te wijzen. Betrokkene heeft ziekte-inzicht en ziektebesef. Betrokkene voelt zich beter en met hulpverlening in een vrijwillig kader kan hij verder herstellen. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om het verzoek voor maximaal vier maanden toe te wijzen vanwege de stijgende lijn die betrokkene laat zien.
De arts heeft verklaard dat hij onvoldoende vertrouwen heeft in een vrijwillige ambulante behandeling van betrokkene. Een zorgmachtiging is voornamelijk noodzakelijk om ervoor te zorgen dat betrokkene zijn medicatie in blijft nemen. In het verleden heeft betrokkene in de thuissituatie verschillende keren medicatie geweigerd, wat heeft gezorgd voor een terugval.
De beoordeling
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis.
2.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
2.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg. De rechtbank zal deze zorgmachtiging verlenen voor de verzochte duur van zes maanden. Uit de mondelinge behandeling is namelijk gebleken dat er wordt gezocht naar een geschikte vervolgplek voor betrokkene. Een zorgmachtiging is daarbij noodzakelijk om ervoor te zorgen dat betrokkene zijn medicatie in blijft nemen en daarmee een nieuwe terugval te voorkomen. Gelet op bovengenoemde acht de rechtbank een zorgmachtiging voor de door de advocaat verzochte duur van vier maanden te kort.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 3 januari 2021.
3.Beslissing
De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die
tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het
gebruik van communicatiemiddelen;
j. opnemen in een accommodatie.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 januari 2021.
Deze beschikking is op 3 juli 2020 mondeling gegeven door mr. A.R. Scharrenborg, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D. Hendriks als griffier, en op 17 juli 2020
schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.