ECLI:NL:RBMNE:2020:2897

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 juli 2020
Publicatiedatum
22 juli 2020
Zaaknummer
C/16/503088 / JE RK 20-1061
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling ter bevordering contact vader en hulpverlening moeder

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012, woonachtig bij de moeder. De kinderrechter heeft op 16 juli 2020 tijdens een mondelinge behandeling het verzoek van de Raad toegewezen, waarbij de ondertoezichtstelling is vastgesteld voor de duur van een jaar.

De minderjarige wordt in zijn ontwikkeling bedreigd; hij scoort onder het gemiddelde op school en is nog niet zindelijk. Tevens is er momenteel geen contact met de vader, die niet altijd beschikbaar en betrouwbaar is. De moeder ondervindt moeite om de balans in het gezin te behouden, ondanks haar bereidheid tot hulpverlening.

De ondertoezichtstelling is bedoeld om via de gecertificeerde instelling te onderzoeken welke hulp nodig is om de balans in het gezin te herstellen en het contact tussen de minderjarige en de vader te bevorderen. De vrijwillige hulpverlening heeft onvoldoende resultaat gehad, waardoor een gedwongen kader noodzakelijk is.

De beschikking is mondeling gegeven en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening, via het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling voor één jaar om zijn ontwikkeling te bevorderen en het contact met de vader te herstellen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
Zittingsplaats: Utrecht
Zaakgegevens : C/16/503088 / JE RK 20-1061
datum uitspraak: 16 juli 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, locatie [vestigingsplaats] , hierna: de Raad,
over:
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna: [voornaam van minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
de gecertificeerde instelling
SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd in [vestigingsplaats] , hierna: de GI;

[belanghebbende 2] , wonende op een geheim adres, hierna: de vader;

[belanghebbende 3] , wonende in [woonplaats] , hierna: de moeder.

De procedure

De kinderrechter heeft op 28 mei 2020 een verzoek met bijlagen van de Raad ontvangen. Het verzoek is op 16 juli 2020 besproken tijdens een mondelinge behandeling. Hierbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- mevrouw [A] namens de Raad;
- de heer [B] namens de GI;
- mevrouw V. Sharma als tolk voor de vader.

Waar gaat het over?

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [voornaam van minderjarige] nemen. [voornaam van minderjarige] woont bij de moeder.
De Raad heeft gevraagd om [voornaam van minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van negen maanden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Raad haar verzoek gewijzigd en de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verzocht voor de duur van een jaar.
De ouders zijn het met het verzoek van de Raad eens.

Wat vindt de kinderrechter?

De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad toe omdat wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een ondertoezichtstelling. [1] [voornaam van minderjarige] wordt in zijn ontwikkeling bedreigd. [voornaam van minderjarige] ontwikkeld zich niet naar zijn leeftijd. Zo scoort hij onder het gemiddelde op school en is hij nog niet zindelijk. Ook heeft [voornaam van minderjarige] op dit moment geen contact met de vader. Hoewel de moeder haar best doet is het moeilijk voor haar om balans in het gezin te behouden waardoor [voornaam van minderjarige] niet goed aan zijn eigen ontwikkeling toekomt. De vader is niet altijd beschikbaar en betrouwbaar in zijn contact naar [voornaam van minderjarige] .
Om [voornaam van minderjarige] veilig te laten ontwikkelen en het contact met de vader te herstellen is hulpverlening nodig. De moeder heeft hulpverlening nodig om de balans in het gezin te behouden en staat hiervoor open. Voor contactherstel tussen [voornaam van minderjarige] en de vader is hulpverlening nodig omdat het de ouders – vanwege hun onderlinge strijd – niet lukt om hierover afspraken te maken. De hulpverlening in het vrijwillig kader heeft niet voldoende resultaat gehad. In het kader van de ondertoezichtstelling kan de GI onderzoeken wat de moeder nodig heeft om de balans in het gezin te behouden. Ook kan de GI onderzoek wat nodig is om het contact tussen [voornaam van minderjarige] en de vader te herstellen.

Wat is de beslissing?

De kinderrechter:
stelt [voornaam van minderjarige] onder toezicht van Samen Veilig Midden-Nederland, locatie [vestigingsplaats] , met ingang van 16 juli 2020 tot 16 juli 2021;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2020 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.A.H. Verhoeven als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op …….juli 2020

Voetnoten

1.Artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek.