ECLI:NL:RBMNE:2020:2919
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser is eigenaar van een tussenwoning in Utrecht waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2018 is vastgesteld op €251.000. Tegen deze waarde en de daarop gebaseerde aanslagen in onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld.
Verweerder heeft de vastgestelde waarde onderbouwd met een door een taxateur opgestelde waardematrix, gebaseerd op systematische vergelijking met vergelijkbare woningen. Eiser stelde dat een eigen verkoopcijfer uit 2017 beter geschikt was, maar de rechtbank oordeelde dat verkoopcijfers die meer dan een jaar van de waardepeildatum afliggen niet geschikt zijn. Bovendien was de verkoop onder huurcontract en niet marktconform.
De rechtbank vond dat verweerder aan de bewijslast had voldaan en dat de verschillen tussen vergelijkingsobjecten en de woning adequaat waren verwerkt. Het ontbreken van een onderbouwing van de slechte staat van de woning door eiser maakte het beroep niet aannemelijk. De vastgestelde waarde was niet hoger dan de waarde in het economisch verkeer.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter Rijlaarsdam op 23 juli 2020, via een Skype-zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.