ECLI:NL:RBMNE:2020:2931
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van rechters wegens mogelijke onpartijdigheid in strafzaak moord en vergismoord
In deze zaak hebben twee rechters van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek kwam voort uit een eerdere strafzaak waarin zij betrokken waren en waarin zij een interpretatie van bewijsmiddelen hebben gegeven die door de verdachten werd bestreden. De verdachten zijn betrokken bij een grootschalig onderzoek naar meerdere liquidaties en pogingen daartoe, waaronder een moord gepleegd op 31 januari 2017 en een vergismoord op 12 januari 2017.
De rechters achten zichzelf in staat om de huidige zaak onbevooroordeeld te behandelen, maar erkennen dat er een geobjectiveerde vrees kan bestaan bij de verdachten dat zij niet onpartijdig zullen zijn. De verschoningskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van zowel de subjectieve als de objectieve toets van onpartijdigheid en concludeerde dat er voldoende grond is voor verschoning vanwege de mogelijke schending van de rechterlijke onpartijdigheid.
De kamer verklaarde het verzoek tot verschoning gegrond en droeg op de beslissing aan alle betrokken partijen toe te zenden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van rechters gegrond verklaard wegens geobjectiveerde vrees voor onpartijdigheid.