ECLI:NL:RBMNE:2020:2949
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek urgentie woning op grond van relatiebeëindiging en omgangsregeling
Eiser heeft een verzoek ingediend voor urgentie bij het verkrijgen van een sociale woning op grond van relatiebeëindiging en problemen met de omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat verweerder terecht heeft getoetst aan de criteria uit de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019. Eén van de voorwaarden is dat urgentie niet wordt toegekend als één van de ouders woonruimte kan bieden aan de kinderen. Verweerder stelt dat de ex-echtgenote van eiser deze woonruimte kan bieden.
Hoewel eiser aangeeft dat hij zijn kinderen niet goed kan zien en dat de verhuurder hem heeft medegedeeld dat hij zijn kinderen niet meer kan ontvangen vanwege geluidsoverlast, is niet gebleken dat er sprake is van een onveilige situatie of dat de ex-echtgenote niet voor de kinderen kan zorgen. De rechtbank oordeelt dat de situatie van eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor urgentie en dat de hardheidsclausule alleen in zeer uitzonderlijke, levensbedreigende situaties kan worden toegepast, wat hier niet het geval is.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro over het gezinsleven slaagt niet, omdat niet is vastgesteld dat eiser het gezinsleven met zijn kinderen niet kan uitoefenen en het belang van woningnood zwaarder weegt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van urgentie voor een sociale woning wordt ongegrond verklaard.