Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verlenen van vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige 1] door de vader;
- de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige 1] ;
- het gezag over [minderjarige 1] .
- de brief van mr. Koopman van 2 oktober 2019, waarin zij aangeeft dat de moeder bereid is om mee te werken aan het raadsonderzoek;
- de beschikking van de Hoge Raad van 27 maart 2020;
- het rapport van het onderzoek van de Raad van 15 april 2020, met bijlagen;
- de brief van de Raad van 24 april 2020, met een aanvulling op het rapport;
- de e-mails van de oma van 25 mei 2020 en 2 juni 2020, waarin zij verzoekt om als belanghebbende te worden aangemerkt;
- de e-mail van mr. Koopman van 4 juni 2020, waarin zij om uitstel verzocht van de eerder geplande mondelinge behandeling;
- de brief van mr. Bijl van 4 juni 2020, met een bijlage;
- de e-mail van mr. Bijl van 5 juni 2020;
- het verweerschrift van de moeder van 22 juni 2020 tegen de verzoeken over de hoofdverblijfplaats, zorgregeling, verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, met daarin zelfstandige verzoeken om de oma als belanghebbende aan te merken en om mevrouw [A] (hierna: de buurvrouw) te horen als getuige;
- het faxbericht van mr. Koopman van 22 juni 2020, met een bijlage;
- de e-mail van de moeder van 25 juni 2020, met een bijlage;
- het aangepaste verzoekschrift van de GI over de verlenging van de ondertoezichtstelling van 30 juni 2020;
- de brief van mr. Bijl van 1 juli 2020, met twee bijlagen;
- het aangepaste verzoekschrift van de GI over de machtiging tot uithuisplaatsing van 1 juli 2020.
- de vader;
- mr. Bijl;
- mr. Koopman;
- de oma;
- mevrouw [B] , namens de GI;
- de heer [C] , namens de GI;
- de heer [D] , namens de Raad.