Eisers vorderden een verklaring voor recht dat zij rechtsgeldig als bestuurders van een politieke partij zijn benoemd en dat de Kamer van Koophandel (KvK) gehouden is hen als zodanig in te schrijven in het handelsregister. De KvK had deze inschrijving geweigerd vanwege onzekerheid over de rechtsgeldigheid van de benoeming en de bevoegdheid van degene die de opgave deed.
De rechtbank oordeelde dat de KvK niet de juiste partij is om te dagvaarden voor de verklaring van recht over het bestuurderschap, omdat dit een interne aangelegenheid van de vereniging betreft. Eisers zijn daarom niet-ontvankelijk in hun vordering tegen de KvK. Daarnaast is de vordering tot inschrijving prematuur en het verzoek om aansprakelijkheid van de KvK wegens weigering tot inschrijving ongegrond, mede omdat het College van Beroep voor het bedrijfsleven de weigering van de KvK eerder had bevestigd.
De rechtbank veroordeelde eisers tot betaling van de proceskosten aan de KvK. Het vonnis werd gewezen door mr. A.F. Hermans en op 26 augustus 2020 in het openbaar uitgesproken.